De Hervormde Kerk van Ternaard
De Grutte Tsjerke van
Ternaard, de voormalige hervormde kerk, is gebouwd in de zestiende eeuw en kan
worden aangemerkt als een laat gotisch bouwwerk. Uit enkele tufstenen
fragmenten in het muurwerk aan de noordzijde kan worden afgeleid dat aan de
bouw van deze kerk de afbraak is voorafgegaan van een vroegmiddeleeuws
kerkgebouw. Het lange een beukige schip is rondom van steunberen voorzien en
heeft een vijfzijdige koorsluiting. Aan de zuidzijde bevinden zich acht
spitsboogvensters. In de noordmuur zijn drie spitsboogvensters aangebracht. Het
oostelijke sluitingsdeel bevat een klein laag venster.
Curieus is de ingemetselde
baksteenversiering in de top van het tweede venster rechts van de ingang aan de
zuidzijde. In de eerste zuidelijke sluitingszijde van het koor is nog een
roodzandstenen piscinalozing te zien.
Dat aan het kerkgebouw vaak
reparaties zijn uitgevoerd is het best waar te nemen aan de noordzijde. De
noordmuur vertoont een bonte schakering van diverse steensoorten uit
verschillende tijden. In de jaren 1792 en 1793 kreeg de kerk een omvangrijke
onderhoudsbeurt. Onder meer werden het leien dak en het houten tongewelf
vernieuwd. Verder werden aan het muurwerk herstellingen uitgevoerd.
De stenen middenstijlen uit
de vensters werden weggebroken, waarna deze werden voorzien van houten roeden.
Ook werden nieuwe steunberen aangebracht. De windvaan met het jaartal 1853 op
het oostelijke eind van het kerkdak herinnert aan een verbetering van goten,
kap en leibedekking.
Toren
De oorspronkelijke
zadeldaktoren, die in het begin van de negentiende eeuw bouwvallig was
geworden, werd herhaaldelijk hersteld. In 1840 was de toestand zo slecht dat
restauratie niet langer kon worden uitgesteld. De burgerlijke gemeente,
eigenaar van de toren, had daarvoor echter geen geld beschikbaar. Daarom werd
besloten de grote klok, die in 1675 was gegoten door Petrus Overney in
Leeuwarden, te koop aan te bieden, om met de opbrengst daarvan de kosten van de
restauratie te betalen. Het vlotte echter niet met de verkoop en toen werd
besloten toch maar met het herstelwerk te beginnen. Pas in 1844 was een koper
gevonden: de kerkvoogdij van Pietersbierum. Maar het voorwerp van koop werd
uiteindelijk niet de grote maar de kleine klok, die in 1647 was gegoten door
Jacob Noteman in Leeuwarden.
Ondanks de restauratie van
1840 bleef de toestand van de toren slecht, zodat in 1871 werd besloten deze af
te breken en te vervangen door een nieuwe met spitsbekroning. Daarbij werd, wat
het inwendige betreft, veel oud materiaal hergebruikt: vier oude klokgebinten,
vier oude torenstijlen, vier oude torenhoofden en de klokkenstoel, iets
gewijzigd. De spits kon geheel uit oud materiaal worden gemaakt. De grote klok,
die 1150 kilo
woog, werd door de firma Van Bergen te Heiligerlee hergoten tot een kleiner
exemplaar van 500 kg.
Deze klok hangt nog in de toren.
De uit vier geledingen
opgetrokken en met spaarvelden en friezen versierde toren is gedeeltelijk in
het schip van het kerkgebouw opgenomen.
Het interieur wordt overspannen
door een houten tongewelf. De trekbalken worden ondersteund door lange
sleutelstukken. Door zijn gave, eikenhouten betimmering en inrichting is het
interieur zeer bezienswaardig.
Preekstoel
De preekstoel, bestaande uit
een zeszijdige kuip met breed achterschot en bijbehorend klankbord, stamt uit
het midden van de zeventiende eeuw.
De versiering bestaat
grotendeels uit lijstwerk. De gekorniste panelen hebben een smal kussen in het
midden. Opvallend is de ruime toepassing van het zwarte ebbenhout ter
verfraaiing van het geheel. De panelen zijn ermee ingelegd en de hoekkolommen
zijn ervan vervaardigd. In 1779 zijn deze sieraccenten aangebracht. Op de
kansel is een koperen arm met twee blakers bevestigd, die dateert uit het begin
van de negentiende eeuw. Het doophek met strakke vaasvormige balusters is in
1845 gemaakt. De bijpassende lezenaar rust op vier opstaande acanthusbladeren.
De fraaie koperen doopboog boven de toegang is van zeventiende-eeuwse
oorsprong.
Banken en lambrisering met
paneelwerk vormen één geheel en zijn in de zeventiende eeuw in de kerk
aangebracht. In de loop der tijd zijn hier en daar wel herstellingen en
wijzigingen aan het meubilair uitgevoerd.
Tegen de noordmuur bevindt
zich de zogenaamde Aylva-bank. Deze drievoudige van een overhuiving voorziene
herenbank, uit het midden van zeventiende eeuw, bestaat uit paneelwerk met
ebbenhout ingelegd. De middelste bank is omgeven door een balusterhek. De
overhuiving rust op omrankte gewrongen kolommen. Verdere sierelementen zijn:
afhangend snijwerk onder de zijkanten van de overhuiving en op de stijlen van
het achterschot afhangende festoenen. De bank is gemaakt voor de familie Van
Aylva, die generaties lang een tweetal states in de buurt van het dorp heeft
bewoond. Enkele telgen uit dit geslacht waren grietman van Westdongeradeel.
De Aylva-bank wordt
geflankeerd door een drievoudige en dubbele herenbank van paneelwerk, eveneens
uit de zeventiende eeuw. Deze banken zijn eenvoudiger van uitvoering en niet
overhuifd. Bijzonder zijn de zeventiende-eeuwse avondmaalstafel op bolpoten en
bijpassende banken die in 1794 met ebbenhout zijn ingelegd.
De zes tekstborden zijn ook
in 1794 vervaardigd. In het koor hangt een memoriebord voor de in 1719
overleden ds Nicolaas Posthumus.
Belangrijke restauraties aan
het interieur hebben plaatsgehad in 1922, 1974 en in 1993. De werkzaamheden
hebben er onder andere toe geleid dat in het middenpad de zerkenvloer weer te
voorschijn is gekomen. Hierin bevinden zich fraaie zestiende en zeventiende-
eeuwse zerken, die in de loop der eeuwen echter door de kerkbezoekers danig
zijn afgesleten.
In het koor ligt een grote
zerk, gemerkt Pieter Dirckx 1599, voor Ernst van Aylva (overleden 1627) en Ydt
van Heerma (overleden 1596). In een schijnarchitectuur zijn onder bogen de
alliantiewapens afgebeeld, waarvan de schilden zijn afgehakt. Eronder en
erboven allegorische figuren. De middelste figuur boven, een ten hemel varende
naakte vrouwenfiguur, is ongebruikelijk.
Aan weerszijden van de
preekstoel bevindt zich een tweetal geschilderde glazen. Aan de oostzijde een
glas dat is aangebracht ter nagedachtenis aan de leden en oud-leden van de
Hervormde Gemeente van Ternaard die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.
Het glas ten westen van de preekstoel is een dankbare herinnering aan ds J.
Hoekstra die de gemeente van Ternaard heeft gediend van 1919-1944.
Het tongewelf en de
trekbalken met sleutelstukken zijn in de oorspronkelijke kleuren geschilderd.
Orgel
De scheiding tussen het schip
en de voorkerk bestaat uit een zeventiende-eeuwse scheidingswand van paneelwerk
met spijlenfries en zware kroonlijst. Op de zolder daarboven is het orgel
gebouwd. Omstreeks het midden van de zeventiende eeuw kreeg de kerk een orgel
ten geschenke van Douwe II van Aylva (1610-1665).
Het instrument werd
vervaardigd door de uit Westfalen afkomstige orgelbouwers Arnold en Tobias
Bader. Het was – zeker voor een dorpskerk in die tijd – een groot orgel van
drie klavieren, verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en borstwerk, met aangehangen
pedaal. Het telde 23 stemmen. Op de orgelbalustrade zijn in acht velden,
gescheiden door Ionische kolommen, de gesneden kwartierwapens bevestigd van
Douwe II en Aylva en zijn echtgenote Luts van Meckama.
De gesneden consoles, die het
rugwerk ondersteunen, zijn later aangebracht. Opvallend is de symmetrie tussen
hoofdwerk- en rugwerkkas. De monumentale kassen zijn met snijwerk versierd.
Het Bader-orgel is in 1864
vervangen door een nieuw orgel van de firma Van Dam uit Leeuwarden, dat in de
hoofdwerkkas werd gebouwd. Het instrument bestond uit een hoofdwerk en een
bovenwerk, met aangehangen pedaal, en telde negentien stemmen. In 1937 werden
aan het orgel wijzigingen uitgevoerd door de firma Valckx en Van Kouteren,
waarbij uitbreiding plaatsvond met een zelfstandig pedaal van drie stemmen en
het bovenwerk in een zwelkast werd geplaatst. In 1967 werd het romantische
bovenwerk in barokke trant gewijzigd door de toenmalige predikant ds J.
Mostert. Een grondige restauratie van het orgel, uitgevoerd door Bakker en
Timminga uit Leeuwarden, werd in 1993 voltooid. Bij deze restauratie is
teruggegrepen op het Van Dam orgel van 1864.
Het orgel werd met een
concert door adviseur Jan Jongepier op 5 februari 1993 officieel weer in
gebruik genomen.